< terug naar opinie-overzicht

De gemeente mag een voetbalclub niet matsen

Toen Platini en Almunia het vorig jaar eens werden, had PSV al nattigheid moeten voelen (12 maart 2013)

Toen UEFA-baas Michel Platini en Eurocommissaris Joaquin Almunia het op 21 maart vorig jaar eens bleken te zijn over staatssteun aan voetbalclubs, had PSV al nattigheid moeten voelen. Platini en Almunia lieten toen weten dat de EU-regels voor staatssteun en de UEFA-regels voor Financial Fair Play tot dezelfde conclusie leiden, namelijk: overheden mogen voetbalclubs niet matsen.

De gemeente Eindhoven stak PSV een jaar eerder nog de helpende hand toe. De voetbalclub verkocht in de zomer van 2011 het stadion en de bijbehorende grond voor 48,3 miljoen euro aan de gemeente en pacht het stadion sindsdien. PSV kon dat geld goed gebruiken: een dag na de deal kocht de club voor 13 miljoen euro Strootman en Mertens van FC Utrecht. Later werd Matavz gehaald van Groningen. PSV strooide ineens met geld.

Daarmee leek de club te bevestigen wat velen dachten: met overheidsgeld spekt een gemeente de kas van een voetbalclub. Is dat ook zo? Ik denk het wel. Onder staatssteun verstaat de EU: ‘Met overheidsmiddelen een voordeel verlenen aan organisaties die economische activiteiten verrichten’. PSV zal moeten aantonen dat een particulier in de markteconomie hetzelfde zou hebben gedaan als de gemeente. Dat gaat waarschijnlijk niet lukken, zegt een vastgoedprofessor vandaag in het AD. Europeesrechtelijk heet dat: een verstoring van het handelsverkeer die onverenigbaar is met de interne markt.

Dat PSV met deze deal zowel nationale als internationale krachtsverhoudingen verstoorde, lijkt mij zo klaar als een klontje. De club kan een flinke tik op de vingers krijgen van Brussel.

Nu maar afwachten of deze EU-commissaris consequent is en ook Real Madrid durft aan te pakken. Die club maakt het nog veel bonter dan PSV.

 

< terug naar opinie-overzicht