< terug naar opinie-overzicht

Jammer dat Loorbach niets over de hbo-jurist zei

Togadragers zullen toch wel werk hebben voor de bachelor? (19 maart 2013)

Vrijdag 15 maart vierde de Juridische Hogeschool in Tilburg haar 10-jarig bestaan. Deken Jan Loorbach van de Nederlandse Orde van Advocaten sprak ter gelegenheid hiervan de Maaskantlezing uit. Hij sloot daarmee aan in een rijtje van vooraanstaande Nederlandse juristen, zoals Ernst Hirsch Ballin, Geert Corstens, Erik van den Emster en Harm Brouwer. ‘Ik sta op de schouders van reuzen,’ zei Loorbach dan ook.

Daar was in zijn lezing weinig van te merken. Zijn betoog genaamd ‘De positie van de jurist in de rechtstaat van 2013’ was doorspekt met obligate noties over de rule of law, King John en het beteugelen van willekeur. Dat de Orde zich zorgen maakt over minimumstraffen, de toegang tot de onafhankelijke rechter en privacyschendingen, dat weten we nu wel.

Veel interessanter was daarom de voordracht van onderzoekster Suzanne de Rooij van de hogeschool. Zij heeft onderzocht wat er van de hbo-juristen terechtkomt. Van de groep die een betaalde baan heeft, komt slechts een kwart aan de bak in traditionele juridische organisaties als OM, Rechterlijke Macht en advocatenkantoren. De Rooij wijt dat aan het behoudende karakter van deze sectoren en de onbekendheid met arbeidsdeling bij togadragers. Ook weten deze werkgevers meestal niet eens wat de hbo-jurist eigenlijk kan.

Daar had Loorbach beter iets over kunnen zeggen. Je maakt mij niet wijs dat de togadragers geen werk hebben voor hbo’ers.

 

 

< terug naar opinie-overzicht