< terug naar opinie-overzicht

No cure no pay: doen! (2)

Resultaatsafhankelijke Uurbeloning in belang van advocaat en cliŽnt (11 april 2013)

Mijn pleidooi voor no cure no pay (blog van 3 april) heeft heel wat reacties opgeroepen. Tegenstanders hebben nogal wat twijfels bij het invoeren van resultaatsafhankelijke beloning.

Voor alle duidelijkheid: ik ben geen voorstander van no cure no pay in alle gevallen. Bij strafzaken is het systeem minder goed bruikbaar, al was het alleen maar omdat de cure moeilijk in geld is uit te drukken: een vrijspraak levert 20.000 euro op, een gevangenisstraf van twee jaar 2.000 euro?

Maar in schadezaken is resultaatsafhankelijke beloning goed te doen. Deken Jan Loorbach bepleit in zijn blog een experiment met ncnp in de letselbranche, ‘maar wel onder voorwaarden’. Loorbach vreest dat ncnp kan leiden tot een perverse prikkel. Een advocaat kan met één uurtje werken een ton binnenhalen en krijgt daarvan 25 procent. Of hij kan 125.000 euro binnenhalen door twintig uur te werken voor een normaal tarief. Het eerste is misschien beter voor de advocaat, het tweede voor de cliënt. Dat is volgens Loorbach een ongewenste situatie. Hij pleit binnen ncnp voor een opslag op het normale tarief.

Loorbach heeft een punt. De advocaat komt in de bovengenoemde situatie erg in de verleiding het eigen belang te laten prevaleren boven het belang van de cliënt. Gelukkig bestaat voor dat probleem een oplossing. Die heet Resultaatsafhankelijke Uurbeloning (RUB), volgens een voorstel dat de letselschadeadvocaten Beer en Wildeboer in 2010 al hebben gedaan aan de Orde. Partijen spreken een bepaald percentage af voor de advocaat. Dat is de bovengrens. Voorts berekent de advocaat na afloop hoeveel hij kan factureren als hij zijn dubbele uurtarief op de zaak loslaat. Het laagste bedrag telt. Sleept de advocaat niets binnen, dan betaalt de klant niets.

Terug naar de ton van Loorbach. De afspraak is dat de advocaat maximaal 25 procent krijgt: dus 25.000 euro. Als hij er maar één uurtje aan heeft gewerkt, mag hij zijn dubbele uurtarief berekenen: dus 500 euro in totaal. Besteedt hij er twintig uur aan (met als resultaat 125.000 euro), dan verdient hij 20 x 500 euro = 10.000 euro. Hier wordt de advocaat dus gestimuleerd om wel die extra tijd in de zaak te steken: goed voor hem en voor de cliënt. Ik stel me voor dat Loorbach zoiets bedoelde.

Er zijn critici die zeggen dat advocaten niet snel minder kansrijke zaken zullen aannemen. Maar dat hoeven ze ook niet te doen: ze kunnen het overlaten aan de advocaten die wel dat risico willen nemen. Het systeem komt vanzelf in evenwicht.

Ncnp moet niet verplicht zijn: wie zijn uurtarief wil handhaven, kan dat gewoon doen.

 

< terug naar opinie-overzicht