< terug naar opinie-overzicht

‘Ten onrechte vast’ erger dan ‘ten onrechte vrij’

Vraagtekens bij schadevergoedingen voor voorlopige hechtenis

Nederland betaalde vorig jaar het recordbedrag van 23,1 miljoen euro aan mensen die ten onrechte in voorlopige hechtenis hebben gezeten. In commentaren heerst de verontwaardiging over de kosten. Is 23 miljoen euro veel geld? Ja, omdat staatssecretaris Teeven met dat geld zijn bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtshulp (85 miljoen euro) zou kunnen verzachten. Nee, omdat 23,1 miljoen niet veel voorstelt op de totale justitiebegroting.

Veel verontrustender is dat er in Nederland zoveel mensen ten onrechte vastzitten: net zoveel als in het veel grotere Duitsland. In 2012 kregen 11.000 in ons land mensen een schadevergoeding na voorlopige hechtenis.

Door bezuinigingen op de justitiële keten is er minder tijd om in de voorfase goed naar zaken te kijken. Politie en justitie nemen het zekere voor het onzekere. Zet de verdachte vast, de rechtbank zoekt het later maar uit. Past ook goed in de tijdgeest: hard optreden tegen boeven, en vooral tegen terroristen.

De rechtstaat moet het individu beschermen tegen ongeoorloofde machtsuitoefening van de staat, maar ook tegen criminele medeburgers.  Daarbij geldt dat ‘ten onrechte vast’ erger is dan ‘ten onrechte vrij’. Dat is alleen anders bij ernstige bedreigingen van de samenleving. Maar daar is volgens mij geen sprake van.

< terug naar opinie-overzicht