< terug naar opinie-overzicht

Het Europagevoel van Buma

Monetaire crisis: ja. Vrouwen aan de top: nee (9 februari 2013)

Het Europagevoel van Buma

CDA-leider Sybrand van Haersma Buma heeft het Europadebat  in Nederland nieuw leven ingeblazen met de eis dat ‘Brussel’ zich met minder dingen moet bemoeien. Nou word ik altijd een chagrijnig als mensen klagen over ‘Brusselse bemoeienis’, want er is geen wet ooit door de Europese Unie uitgevaardigd zonder dat de regeringen van de lidstaten daar ja tegen hebben gezegd. Ook onze eigen regeringen.

Zo heeft de EU zeggenschap gekregen over een groot aantal zaken die we zelf vroeger in onze eigen natiestaatjes mochten bedisselen. En dat is goed. Monetaire crises, luchtvervuiling, zware criminaliteit en ratingbureaus trekken immers niet zo veel aan van grenzen. De vraag die zich in Brussel permanent aandient is daarom: wat kunnen de landen zelf regelen, en wat moeten we samen doen?

In die discussie wordt vaak over het hoofd gezien dat Europa veel voordelen oplevert: we kunnen zonder paspoort en wisselgeld naar Italië reizen, zonder invoerheffingen naar Engeland exporteren en met onze diploma’s aan de slag in Spanje. We kunnen kartelafspraken aanvechten en onze bedrijven worden niet benadeeld door concurrenten die staatssteun krijgen in – ik noem een willekeurig land – Frankrijk. En dat wij druk kunnen uitoefenen op Hongarije (mensenrechten) en Polen (CO2-uitstoot) is ook meegenomen.

Toch vind ik dat Buma een punt heeft. Net als konijnenpopulaties hebben bureaucratieën de neiging razendsnel te groeien. Misschien dat Brussel zich daarom graag bemoeit met zaken die we uitstekend zelf kunnen regelen. Vrouwen aan de top en persvrijheid, mogen wij dat s.v.p. zelf uitmaken? En waarom moet een school uit Maarssen (een voorbeeld van EP-voorzitter Martin Schulz) het schilderwerk van 30.000 euro Europees aanbesteden?

De kracht van Europa zit dus in de zelfbeheersing.

 

 

 

< terug naar opinie-overzicht