< terug naar opinie-overzicht

Energie: de euro van 2014

Hebben lidstaten het vertrouwen dat buurlanden een handje helpen?

 

Binnen de nieuwe Europese Commissie gaan twee eurocommissarissen zich fulltime bezighouden met energie en klimaat. Miguel Arias Cañete (die vandaag wordt gehoord) gaat het klimaat- en energiebeleid vormgeven en Alenka Bratušek wordt verantwoordelijk voor de Energie Unie.

Dit laatste houdt vermoedelijk in dat Europa een gemeenschappelijk energiebeleid moet voeren. We produceren de energie dan op de plek waar dat meest efficiënt kan. Windenergie in Nederland, zonnepanelen in Spanje.

Energie is de euro van 2014. Ook in de eurocrisis speelde de vraag in hoeverre lidstaten offers wilden brengen voor elkaar. Regeringsleiders kunnen een gezamenlijk beleid alleen aan het thuisfront verkopen als ze het vertrouwen hebben dat buurlanden een handje helpen wanneer de zon een dag niet schijnt of als het windstil is.

Eurofielen zullen zeggen dat we dat vertrouwen moeten hebben. Maar de werkelijkheid is nog steeds dat België voor de back-up van zijn energiebehoefte liever een eigen centrale bouwt in plaats van een kabel te trekken naar een stilstaande Nederlandse centrale, net over de grens in ons Limburg.

Op energiegebied is Europa een lappendeken. Na de ramp in Fukushima besloot Duitsland eenzijdig de kerncentrales te sluiten en op bruinkool over te gaan. Elk land kent zijn eigen subsidiestelsel. De Duitsers zijn heel ver met duurzame energie, wij lopen achter. Sommige Oost-Europese landen zijn bijna volledig afhankelijk van Russisch gas, en doen weinig om daar iets aan te veranderen. De West-Europese energiemarkt wordt bedolven onder goedkope steenkool uit Amerika, dat overschakelt op schaliegas. Daardoor wordt duurzaamheid hier steeds duurder.

Intussen worstelt Europa met doelstellingen van het eigen klimaatbeleid: 20 % minder CO2, 20 % minder energiegebruik, 20 % meer duurzame energie. De CO2-doelstelling halen we vooral door de crisis. Maar verder? Door een lage CO2-prijs hebben we een falend systeem van emissiehandel. Extra complicatie van ons energiebeleid: we willen minder afhankelijk willen zijn van derden (lees Rusland).

Helemaal zonder Russisch gas kunnen we voorlopig niet. Wat we wel kunnen doen: zelf efficiënter produceren. Dus windenergie in Nederland en zonnepanelen in Spanje. Conventionele centrales met ondergrondse CO2-opslag. En vooral ook veel kabels en leidingen om de energie te transporteren naar de energieconsument, waar die zich ook bevindt in EU. Er is dan geen enkele reden waarom elk Europees land zelfvoorzienend moet zijn op energiegebied. Dat zijn we toch ook niet als het gaat om wijn of auto’s?

Het energie- en klimaatbeleid is een wereldwijd probleem. Ik geloof niet in nationale oplossingen, maar veel nationale regeringen denken daar anders over. Cañete is en Bratušek krijgen het nog druk.

 

 

 

 

 

< terug naar opinie-overzicht