< terug naar opinie-overzicht

Rare jongens, bij de Raad voor de Rechtsbijstand

Omgekeerde nivellering bij toevoegingen MH17

 

Hoe reageert een organisatie als een journalist vragen stelt over de toepassing van regels? In Nederland is de gebruikelijke reactie: uitleggen waarom je doet wat je doet. Dat geldt zeker voor organisaties die uit publieke middelen betaald worden.

Bij de Raad voor de Rechtsbijstand gaat het anders. Voor een nieuwsbericht over rechtsbijstand aan de nabestaanden van MH17 had ik een simpele vraag: waarom krijgen alle nabestaanden, los van inkomen of vermogen, gratis rechtshulp? De achtergrond van mijn nieuwsgierigheid: waarom zou een vermogende villabewoner op kosten van de Staat kunnen procederen? Omgekeerde nivellering is dacht ik geen regeringsbeleid.

Volgens de wet is een toevoeging zonder draagvlaktoets alleen mogelijk bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. Beschouwt de Raad de ramp met de MH17 als een ernstig geweldsmisdrijf? Daarmee zou hij vooruitlopen op de conclusies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Of wordt er een uitzondering gemaakt, en zo ja waarom dan?

Het antwoord van de Raad (‘We hebben gehandeld in lijn met de regels voor toevoegingen aan nabestaanden ernstige gewelds- en zedenmisdrijven’) had een hoog kluitje-in-het-rietgehalte, net als de toevoeging ‘Geen verdere toelichting’.

Die afwerende houding prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Voelt de Raad voor de Rechtsbijstand zich betrapt op overtreding van de eigen regels? Is de Raad geschrokken van de mogelijke consequenties van de eigen conclusies? Ik weet het niet. Advocaten die ik hierover sprak, noemden andere mogelijke motieven. Bijvoorbeeld: Rechtsbijstandsverzekeringen dekken molestschade niet, waardoor nabestaanden met lege handen achterblijven. Of: Het is een nationale ramp, een uitzonderlijk gebeuren. Of: Slachtoffers hebben al zoveel ellende aan hun kop, laten we ze een handje helpen.

Allemaal respectabele argumenten voor zo’n besluit. Maar zeg dat dan gewoon.

 

 

< terug naar opinie-overzicht