< terug naar werk-overzicht

Publicatie over recht (3)

Artikel over Openbaar Ministerie

Opdrachtgever: Opportuun

Ren Je Rot tegen het wij/zij-gevoel Spel verkleint afstand tussen Arrondissementsparket en Ressortsparket Zorgen dat mijn zaak onze zaak wordt. Dat is, kort door de bocht, het doel van het spel dat advocaten-generaal, officieren van justitie en (parket)secretarissen in Den Bosch speelden op 12 november. Allemaal in dienst van de versterking van opsporing en vervolging. ‘Een zaak is je kindje, en je hoopt dat de advocaat-generaal daar net zo goed voor zorgt als jijzelf.’ Afgaande op de standpunten tijdens het spel op 12 november in zaal D van het Paleis van Justitie in Den Bosch valt het nogal mee met de kloof tussen het ressortsparket en het arrondissementsparket. Tijdens een soort Ren je Rot moeten eerste- en tweelijns OM’ers aangeven of ze het eens of oneens zijn met provocatieve stellingen over de relatie tussen de officier van justitie en de advocaat-generaal. Elke stelling wordt ingeleid met een filmpje waarin een praktijkgeval wordt nagespeeld. Daarna moeten de juristen bij het plakkaat Eens of Oneens gaan staan. De deelnemers zijn op hoofdlijnen eensgezind, wat ook weer niet zo vreemd is als je naar de stellingen kijkt. Bijna iedereen is het oneens met de uitspraken ‘De advocaat-generaal gedraagt zich als vierde raadsheer’, ‘Het advocaat-generaalschap is een mooie functie in de nadagen van je carrière’ en ‘De officier van justitie en de advocaat-generaal zitten op verschillende planeten’. Verdeeldheid is er wel over meer genuanceerde stellingen als ‘De eis van de officier van justitie moet het uitgangspunt van de advocaat-generaal zijn’ en ‘De communicatie tussen de eerste en de tweede lijn verloopt zakelijk en dus goed’. Nachtmerrie Alle thema’ s behelzen de relatie tussen het arrondissementsparket en het ressortsparket, en die betrekking is niet vanzelfsprekend hartelijk. ‘Toen ik officier van justitie was, was mijn ervaring met de tweede lijn niet altijd positief’, vertelt Henk van der Meijden, plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal van het ressortsparket Den Bosch. ‘Je stond vroeg op met de politie om bijvoorbeeld een inval te doen. Later bij de rechtbank kreeg ik niet of niet geheel gelijk. Ik zag kansen voor hoger beroep, dus ik heb geappelleerd. Dan kreeg je in het beste geval van de advocaat-generaal te horen dat het appèl was ingetrokken. En soms moest je het zelfs in het Eindhovens Dagblad lezen.’ De nachtmerrie van elke officier. Ook al is het OM officieel ‘één en ondeelbaar’, de collega’s van arrondissementsparket en die van het ressortsparket kunnen verschillend tegen zaken aankijken, wil Van der Meijden maar zeggen. Gechargeerd: de officieren van justitie zijn de dynamische cowboys die bij nacht en ontij met de politie op pad gaan, terwijl de advocaten-generaal de beschouwende magistraten zijn die zich vooral richten op juridische kanten van een zaak. AG mede-eigenaar De afstand tussen die eerste en die tweede lijn is de laatste jaren aanmerkelijk kleiner geworden, stellen alle aanwezige advocaten-generaal, officieren van justitie en (parket)secretarissen vast. Zoals spelleider van dienst Henk van der Meijden opmerkt: ‘Belangrijke zaken worden voorbesproken door de gebiedsadvocaat-generaal, de officier van justitie en de secretarissen. Dat gebeurt vóór de behandeling bij de rechtbank.’ Daar wordt bekeken welke feiten ten laste worden gelegd, welke strafeis wordt geformuleerd en of het onderzoek compleet is. ‘De advocaat-generaal wordt dus mede-eigenaar van de zaak, en dat is belangrijk. Het is niet langer míjn zaak, het is ónze zaak. Dat bereik je niet alleen door de procedures te verbeteren, de zogenaamde harde kant. Ook de zachte kant telt: je leert elkaar beter kennen. Pak de telefoon, ga bij elkaar langs. Geen wij/zij-gevoel alsjeblieft.’ Even “buurten” Op de bijeenkomst van donderdag 12 november zijn medewerkers van het ressortsparket Den Bosch, het arrondissementsparket Den Bosch en het Landelijk Parket uit de Brabantse hoofdstad aan de beurt voor een middagje ‘kennismaking met de andere kant’. Eerder is het spel gespeeld met de parketten van Maastricht, Roermond, Breda en Middelburg, het Functioneel Parket en het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM). Voor de Bosschenaren is het overbruggen van de kloof een iets eenvoudiger opgave omdat het arrondissementsparket en het ressortsparket in hetzelfde Paleis van Justitie gehuisvest zijn. De Bossche officier van justitie Erna Vrijhoeven hoeft maar een paar honderd meter over de gang te lopen om bij haar gebiedsadvocaat-generaal te buurten. ‘Grote zaken dragen we live over,’ zegt ze. In vaktermen: een warme overdracht. ‘Zodat je niet voor verrassingen komt te staan’, licht ze toe. Het spel maakt het volgens haar gemakkelijker om bij elkaar binnen te lopen. ’Je bent je beter bewust van elkaars rol in het proces. Uiteindelijk moet je de klus met zijn allen klaren.’ Ook secretaris Nadine Franken van het ressortsparket Den Bosch kijkt met een goed gevoel terug op de spelmiddag. ‘De lijnen worden hierdoor korter,’ zegt ze. ‘Je overlegt gemakkelijker.’ Dat kan ertoe bijdragen dat ernstige miscommunicatie wordt voorkomen. Nadine Franken: ‘Eén van de ergste dingen die kunnen gebeuren, is dat een advocaat-generaal een appèl tegen vrijspraak intrekt zonder overleg met de officier van justitie.’ Dat kon, pakweg, tien jaar geleden, zomaar voorvallen. ‘Nu niet meer,’ zegt Erna Vrijhoeven. Díe cultuuromslag is hoe dan ook al bereikt. Tekst: Peter Louwerse

< terug naar werk-overzicht